Schaken

Schaken lijkt op het eerste gezicht veel op dammen, doordat er ook op een geruit bord gespeeld wordt. Tijdens het spelen zul je er echter achter komen dat de twee spellen erg veel van elkaar verschillen. Het uiteindelijke doel van een wedstrijd schaken is om de koning van de tegenpartij vast te zetten. Wanneer dit gebeurd is dan heb je schaakmat en heb je de wedstrijd gewonnen. Een schaakspel bevat een vierkant bord met 64 vakjes, welke om en om wit of zwart gekleurd zijn. Elke speler heeft 16 stukken om mee te spelen, waarvan acht speelstukken een simpele pion zijn. Daarnaast heeft iedereen één koning, één dame, twee torens, twee lopers en twee paarden.

Schaken vergt concentratie en strategisch inzicht

Om goed te kunnen schaken dien je eerst alle spelregels te leren. Alle speelstukken hebben aparte eigenschappen en ook weer hun eigen regels. Het is daarom belangrijk om eerst te leren wat je met welk speelstuk kan en mag doen. Bij een schaakspel hoef je niet perse een diagonale zet te maken, zoals dit bij dammen wel verplicht is. Ook zijn alle vakken genummerd, zodat ten alle tijden aangeduid kan worden welk speelstuk op welk vak bedoeld wordt.

Meer over schaken op het schaakacademie portaal

Terug naar overzicht